Zonder transport staat alles stil. Dat klinkt misschien nogal heftig, maar het is wel waar. Iedere dag rijden er duizenden vrachtauto's door het hele land om boeken, medicijnen, games, eten, drinken en nog véél meer spullen naar hun plaats van bestemming te brengen.
Kun jij je een supermarkt zonder boodschappen voorstellen? Een kermis zonder attracties? Of een bibliotheek zonder boeken? Natuurlijk niet! Daarom is transport ook zo belangrijk voor de economie. Economie, zo wordt dat genoemd, is de manier waarop inkomsten en uitgaven van een land functioneren. Ook wel ‘staatshuishoudkunde’ genoemd.
Sta even stil bij transport en logistiek! Vrachtauto's zie je werkelijk overal: in de stad, op de snelweg, bij de supermarkt, misschien wel bij jou in de straat.
Hoewel niet iedereen altijd even blij is met de grote voertuigen op de weg, want soms moeten ze het verkeer even ophouden of zorgen ze voor ergernis op de snelweg, zijn ze toch onmisbaar voor onze maatschappij. Zonder dit transport zouden we veel dingen die we voor lief nemen moeten missen. Dus als je een vrachtauto ziet rijden, dan kan het zo maar zijn dat achterin de laadruimte een lading spelcomputers, snoep of crossfietsen zit.
Transport noemen we alles dat te maken heeft met het vervoer van goederen. Of het nu gaat om sportschoenen, speelgoed of dozen eieren. Vaak wordt transport in één adem genoemd met het woord logistiek. Dat komt omdat er bij het vervoeren van spullen veel meer komt kijken dan alleen het verplaatsen van goederen van de éne plek naar de andere.
Logistiek is het regelen en organiseren dat spullen worden ingepakt en gesorteerd, tijdelijk worden opgeslagen, worden ingeladen in de vrachtauto's en uiteindelijk worden uitgeladen op de plaats van bestemming. Als goederen onderweg zijn, hebben transporteurs tegenwoordig systemen om de goederen met behulp van een computer te kunnen volgen. Traceren wordt dat genoemd. Op elk moment kan worden gezien waar en bij welk bedrijf de goederen zich bevinden. Wel zo gemakkelijk als een klant wil weten wanneer hij of zij de goederen kan verwachten.
Als goederen niet direct gebruikt hoeven worden, kunnen deze worden opgeslagen. Dat gebeurt in grote opslaghallen, ook wel warehouse of logistiek centrum genoemd. Warehouses zijn grote, hoge hallen met stellingen en heel veel kratten en dozen. Het is er altijd druk. Heftrucks rijden met spullen heen en weer, vrachtauto’s rijden af en aan.
Het opslaan van goederen kan ook gekoeld gebeuren. Bijvoorbeeld als het gaat om groente, fruit of vlees. Deze producten moeten als ze onderweg zijn langer vers blijven. Zouden de goederen tijdens het transport of tijdelijke opslag niet gekoeld opgeslagen worden, dan zouden ze bederven en hebben we geen lekker vers eten op tafel. Agrarische producten moeten gekoeld worden tot + 2°C. andere producten soms wel tot - 30°C. Wel zo handig bij het vervoer van ijsjes!
Kort gezegd is ‘logistiek’ het hele proces om goederen snel, op tijd en in goede staat op hun eindbestemming te krijgen. Nederland is misschien een klein land, maar er wonen wél meer dan 16,5 miljoen mensen. Die moeten voortdurend voorzien worden van vers eten, drinken, kleding, zeep, kranten, boeken, medicijnen en nog veel meer. Om al die spullen snel en goed op de juiste bestemming te krijgen, heb je dus behoorlijk wat vrachtauto's nodig!